It takes a village

It takes a village. Be a home.

Vijf jaar geleden begroef mijn goede vriendin haar vader. Tijdens de begrafenis sprak haar zusje over hoe hun vader een glansrol speelde in het leven van zijn kleinkinderen. Ze zei: ‘Het is zo bijzonder om te voelen dat er iemand anders is die net zoveel van jouw kinderen houdt als jijzelf’. Met drie jonge kinderen zit ik zelf diep in het ouderschap. Dat het me gegund is om moeder te zijn in zo’n rijk gezin is bijzonder en wonderschoon. Ook is het regelmatig eenzaam in datzelfde ouderlijk landschap. Die spreekwoordelijke “village” die er nodig is om mijn kinderen groot te laten worden, is niet altijd zo vanzelfsprekend. Of eigenlijk moet ik zeggen, dat wij als ouders het dorp voortdurend heel voorzichtig aan de haren moeten trekken (of gewoon betalen) om te zien of ze een beetje tijd hebben om mee te helpen die kinderen van ons te “raisen”.

Ik weet nog goed hoe ik 5 jaar geleden op die houten bank naar het zusje van mijn vriendin zat te luisteren en begreep dat ze zoveel meer zei dan: ‘hij was zo’n geweldige opa’.

De coronacrisis maakt ons dorpsleven er niet eenvoudiger op en zo moeten wij als ouders hier en daar wat momenten missen waarop onze kinderen normaal gesproken met veel liefde worden ontvangen door andere mensen dan wijzelf. Jammer voor ons en voor de kinderen soms moeilijk te aanvaarden, want opa en oma zien we nóg minder vaak, de familie komt niet op je verjaardag, St. Maarten gaat niet door, Sinterklaas werkt thuis en Kerstmis wordt er ook niet beter op. Het enige voordeel dat ik heb ontdekt is dat ik met mijn zoontje geen strijd hoef te leveren bij het boodschappen doen.

‘Nee, je mag geen eigen winkelwagentje.’
‘Maal, maal’.
‘Nee, je mag niet in de auto met de hamster’.
‘Maal, maal, ik wil dat’.
‘Nee, je mag niet lopen, je moet gewoon in het zitje van mijn winkelwagentje blijven zitten’.
‘Waalom?’
‘Wat denk je?’
‘Ooh, dat mag niet van de Colona’.
‘Precies!!’.
“Oooh, ok dan’.

Ja, boodschappen doen met een peuter is er echt op vooruit gegaan, maar verder ploeteren wij voort in ons oh zo kleine dorp en proberen we op een of andere manier de leuke dingen gewoon door te laten gaan voor de kinderen. Zo kreeg ik tips van de gemeente Amsterdam hoe we toch thuis een St. Maarten viering konden houden (want we mochten niet langs de deuren van de Colona) en omdat ik niet tegen teleurgestelde kinderen kan nam ik de tips ter harte en zette ook het knutselen van de lampionnen stug op de agenda. Colona of geen Colona, een lampion hoort erbij. Te midden van dat niet ophoudende geregel in ons dorpshuis, ontving ik een paar dagen voor St. Maarten een berichtje van de buurvrouw: ‘Ze mogen hier gewoon aanbellen hoor buuf’. Ik registreerde het half en liet haar weten dat we eerst nog naar dansles en voetbal moesten en dat het wel laat zou worden. Dat maakte de buurvrouw allemaal niks uit.

Na een volle dag met school, thuis St. Maarten vieren, voetbal en dansles belden de kinderen met wit weggetrokken snoetjes om half acht aan bij de buren. Braaf persten ze er een liedje uit waarop de buurvrouw ze keurig complimenteerde en ze ondanks hun schrale voordracht beloonde met een snoepje. Mooi! Klaar! En nu naar bed! Maar toen zei de buurvrouw: ‘Weet je, misschien is er nog wel iemand thuis. Bel nog maar een keer aan’. Ze deed de deur dicht en mijn kinderen stonden vertwijfeld in de gang. Ik had ook geen idee, dus zei dat ze dan nog maar een keer moesten aanbellen. Daarop deed de buurman open. Een beetje onzeker over de bedoeling zongen ze nog maar een keer hun liedje, waarop de buurman hen complimenteerde en ze beloonde met een snoepje. Hij dacht dat er wellicht nog wel iemand thuis zou zijn en stelde voor dat ze nog een keer zouden aanbellen. Dit begon zowel verwarrend als grappig te worden, want we hebben toch maar één buurman en één buurvrouw? Giechelend belden de kinderen nog een keer aan en jawel, daar stond de buurvrouw in disco outfit. Bij de volgende bel verscheen de buurman in zijn wetsuit, de buurvrouw als Française, de buurman in een Tiroler outfit en zo ging het door, totdat alle carnaval outfits van de buren de revue waren gepasseerd en de snoeppot van onze kinderen helemaal gevuld was. Dit was toch zeker een van de beste St. Maarten vieringen ooit!

Mijn lieve buren. Die hebben dat zo besproken en bedacht. Die deden dat gewoon om het onze kinderen naar hun zin te maken. Ze hebben echt de moeite genomen en geheel onbewust waarschijnlijk ons ouderlijke landschap dat af en toe zo eenzaam voelt verwarmd en verlicht met hun aandacht en plezier.

‘We vonden het zelf heel leuk hoor, het was geen moeite’ zei mijn buurvrouw. Maar ik ben haar dankbaar. Hun gulle performance heeft me ontroerd. Het voelde zoveel minder alleen. Ik denk aan het zusje van mijn goede vriendin en aan hun vader die er niet meer is. Ja, het ís bijzonder dat een ander net zoveel van je kinderen kan houden als jijzelf. Dankjewel daarvoor.

It takes a village to raise a child, zeggen ze. It takes a village to raise ourselves, want met of zonder kinderen, het landschap kan soms eenzaam zijn.

Misschien mag het ook wel wat minder perfect in mijn huis. Misschien kunnen mijn kinderen prima omgaan met een teleurstelling hier en daar. Waarschijnlijk kan ik mijn eigen eenzame landschap wat verlichten door minder mijn best te doen. Het hoeft ook niet perfect. Dat geeft mij de ruimte om de deur van ons huis open te zetten en de kerstboom van piepschuim in de gang te zien. Mijn buurvrouw…. ze wacht op onze kinderen die het mogen versieren.

Vijf jaar geleden begroef mijn goede vriendin haar vader en verloren haar kinderen en de kinderen van haar zusjes iemand die hun leven glans gaf. Dus speel die glansrol bij je buren, bij de kinderen van je buren, bij wie dan ook.
Al is het af en toe.
It DOES take a village to raise a child and to raise ourselves.

Open your door. Be a home. Make the village.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.