Daniëlle Veneman

It takes a village

It takes a village. Be a home.

Vijf jaar geleden begroef mijn goede vriendin haar vader. Tijdens de begrafenis sprak haar zusje over hoe hun vader een glansrol speelde in het leven van zijn kleinkinderen. Ze zei: ‘Het is zo bijzonder om te voelen dat er iemand anders is die net zoveel van jouw kinderen houdt als jijzelf’. Met drie jonge kinderen zit ik zelf diep in het ouderschap. Dat het me gegund is om moeder te zijn in zo’n rijk gezin is bijzonder en wonderschoon. Ook is het regelmatig eenzaam in datzelfde ouderlijk landschap. Die spreekwoordelijke “village” die er nodig is om mijn kinderen groot te laten worden, is niet altijd zo vanzelfsprekend. Of eigenlijk moet ik zeggen, dat wij als ouders het dorp voortdurend heel voorzichtig aan de haren moeten trekken (of gewoon betalen) om te zien of ze een beetje tijd hebben om mee te helpen die kinderen van ons te “raisen”.

Ik weet nog goed hoe ik 5 jaar geleden op die houten bank naar het zusje van mijn vriendin zat te luisteren en begreep dat ze zoveel meer zei dan: ‘hij was zo’n geweldige opa’.

De coronacrisis maakt ons dorpsleven er niet eenvoudiger op en zo moeten wij als ouders hier en daar wat momenten missen waarop onze kinderen normaal gesproken met veel liefde worden ontvangen door andere mensen dan wijzelf. Jammer voor ons en voor de kinderen soms moeilijk te aanvaarden, want opa en oma zien we nóg minder vaak, de familie komt niet op je verjaardag, St. Maarten gaat niet door, Sinterklaas werkt thuis en Kerstmis wordt er ook niet beter op. Het enige voordeel dat ik heb ontdekt is dat ik met mijn zoontje geen strijd hoef te leveren bij het boodschappen doen.

‘Nee, je mag geen eigen winkelwagentje.’
‘Maal, maal’.
‘Nee, je mag niet in de auto met de hamster’.
‘Maal, maal, ik wil dat’.
‘Nee, je mag niet lopen, je moet gewoon in het zitje van mijn winkelwagentje blijven zitten’.
‘Waalom?’
‘Wat denk je?’
‘Ooh, dat mag niet van de Colona’.
‘Precies!!’.
“Oooh, ok dan’.

Ja, boodschappen doen met een peuter is er echt op vooruit gegaan, maar verder ploeteren wij voort in ons oh zo kleine dorp en proberen we op een of andere manier de leuke dingen gewoon door te laten gaan voor de kinderen. Zo kreeg ik tips van de gemeente Amsterdam hoe we toch thuis een St. Maarten viering konden houden (want we mochten niet langs de deuren van de Colona) en omdat ik niet tegen teleurgestelde kinderen kan nam ik de tips ter harte en zette ook het knutselen van de lampionnen stug op de agenda. Colona of geen Colona, een lampion hoort erbij. Te midden van dat niet ophoudende geregel in ons dorpshuis, ontving ik een paar dagen voor St. Maarten een berichtje van de buurvrouw: ‘Ze mogen hier gewoon aanbellen hoor buuf’. Ik registreerde het half en liet haar weten dat we eerst nog naar dansles en voetbal moesten en dat het wel laat zou worden. Dat maakte de buurvrouw allemaal niks uit.

Na een volle dag met school, thuis St. Maarten vieren, voetbal en dansles belden de kinderen met wit weggetrokken snoetjes om half acht aan bij de buren. Braaf persten ze er een liedje uit waarop de buurvrouw ze keurig complimenteerde en ze ondanks hun schrale voordracht beloonde met een snoepje. Mooi! Klaar! En nu naar bed! Maar toen zei de buurvrouw: ‘Weet je, misschien is er nog wel iemand thuis. Bel nog maar een keer aan’. Ze deed de deur dicht en mijn kinderen stonden vertwijfeld in de gang. Ik had ook geen idee, dus zei dat ze dan nog maar een keer moesten aanbellen. Daarop deed de buurman open. Een beetje onzeker over de bedoeling zongen ze nog maar een keer hun liedje, waarop de buurman hen complimenteerde en ze beloonde met een snoepje. Hij dacht dat er wellicht nog wel iemand thuis zou zijn en stelde voor dat ze nog een keer zouden aanbellen. Dit begon zowel verwarrend als grappig te worden, want we hebben toch maar één buurman en één buurvrouw? Giechelend belden de kinderen nog een keer aan en jawel, daar stond de buurvrouw in disco outfit. Bij de volgende bel verscheen de buurman in zijn wetsuit, de buurvrouw als Française, de buurman in een Tiroler outfit en zo ging het door, totdat alle carnaval outfits van de buren de revue waren gepasseerd en de snoeppot van onze kinderen helemaal gevuld was. Dit was toch zeker een van de beste St. Maarten vieringen ooit!

Mijn lieve buren. Die hebben dat zo besproken en bedacht. Die deden dat gewoon om het onze kinderen naar hun zin te maken. Ze hebben echt de moeite genomen en geheel onbewust waarschijnlijk ons ouderlijke landschap dat af en toe zo eenzaam voelt verwarmd en verlicht met hun aandacht en plezier.

‘We vonden het zelf heel leuk hoor, het was geen moeite’ zei mijn buurvrouw. Maar ik ben haar dankbaar. Hun gulle performance heeft me ontroerd. Het voelde zoveel minder alleen. Ik denk aan het zusje van mijn goede vriendin en aan hun vader die er niet meer is. Ja, het ís bijzonder dat een ander net zoveel van je kinderen kan houden als jijzelf. Dankjewel daarvoor.

It takes a village to raise a child, zeggen ze. It takes a village to raise ourselves, want met of zonder kinderen, het landschap kan soms eenzaam zijn.

Misschien mag het ook wel wat minder perfect in mijn huis. Misschien kunnen mijn kinderen prima omgaan met een teleurstelling hier en daar. Waarschijnlijk kan ik mijn eigen eenzame landschap wat verlichten door minder mijn best te doen. Het hoeft ook niet perfect. Dat geeft mij de ruimte om de deur van ons huis open te zetten en de kerstboom van piepschuim in de gang te zien. Mijn buurvrouw…. ze wacht op onze kinderen die het mogen versieren.

Vijf jaar geleden begroef mijn goede vriendin haar vader en verloren haar kinderen en de kinderen van haar zusjes iemand die hun leven glans gaf. Dus speel die glansrol bij je buren, bij de kinderen van je buren, bij wie dan ook.
Al is het af en toe.
It DOES take a village to raise a child and to raise ourselves.

Open your door. Be a home. Make the village.

Ontvangstcapaciteit

Met lange tanden staar ik naar een lege bladzijde in mijn werkboekje. “Marketingstrategie” staat er hoopvol bovenaan de bladzijde. Ik zucht nog een keer en wacht op de gestructureerde ondernemer in mij die spontaan stevig aan de slag gaat met iets dat heel erg het verschil gaat maken.
Er gebeurt niets. Mijn tanden worden nog langer en een donkere tegenzin neemt ruim bezit van mijn gedachten. Dat ik mezelf moet aanprijzen en heel erg zichtbaar moet zijn ik vind het iets verschrikkelijks. Maar dat is de trend, want iedereen zit zichzelf te exposeren op social media in de hoop dat het iets oplevert. Ik vraag me af wie er op mij zit te wachten.

Ik zit zelf namelijk niet vaak te wachten op alle “kijk mij geweldig zijn, hiermee ga ik jouw leven redden” e-mails die ik regelmatig mag ontvangen van collega ondernemers en ik vraag me af of ik in stilte groot kan worden? Uit pure ellende volg ik een webinar van een Belgische dame die mij belooft dat ondernemen ook eenvoudiger kan en dat money moeiteloos in de richting van mijn bankrekening kan flowen. Ik ben benieuwd.

Als eerste vraagt ze ons als ondernemer de ogen te sluiten en aan geld te denken. Wat is het eerste woord dat in je opkomt vraagt ze. ‘TEKORT!!! Ik kom tekort’, roep ik tegen mijn computer. Iets later wil ze weten in welke mate mijn kanaal open staat om geld te ontvangen. Heb ik daar een kanaal voor? Ik wist niet dat ik die poort gewoon open kon gooien. Uiteindelijk blijkt alles in verband te staan met mijn ontvangstcapaciteit. Hoeveel kan ik ontvangen aan vrijheid? Geld? Geluk? Liefde? Hoe kundig ben ik in ontvangen? Die vraag vind ik vele malen interessanter dan werken aan mijn social media marketingstrategie en ik ga op onderzoek uit.

Die week ga ik zoals altijd op dinsdagmorgen met mijn zoontje naar de bakkel (mijn zoon kan nog steeds de ‘R’ niet uitspreken) en daar herhaalt zich elke dinsdagochtend hetzelfde ritueel. Ik koop brood, mijn tweejarige zoon doet niks en daarom krijgt hij van de warme bakkersvrouw een cakeje. Ze begroet hem uitbundig en begint vrolijk te roepen dat ze zich al afvroeg waar haar lieve meid bleef (de bakkel denkt dat hij een zij is en ik heb haar niet tegengesproken). Zoonlief staat klaar om het cakeje te ontvangen, wacht keurig tot de bakkersvrouw uitgekird is en eet dan zonder twijfel het cakeje meteen op. Ze genieten allebei van het spel en eigenlijk is het wonderschoon om te aanschouwen. En dan kom ik:

‘Wat zeg je dan?’

Mijn zoon kijkt me aan en zegt niets.

Dus zeg ik iets of wat beschaamd: ‘Heb je al dankjewel gezegd?’

‘Dankjeweeeeeeel’, zegt hij plichtmatig en poef. Weg is de betovering.

Ik heb de vrede verstoord en probeer met goed fatsoen het ontvangstkanaal van mijn zoontje te verstoppen. Hij vraagt zich niet af of hij het cakeje wel waard is en ontvangt het elke dinsdag met open armen. Komt u maar door met wat u mij wilt geven! Sinds een jaar of dertig krijg ik geen cakeje meer van de bakker, noch een plakje worst van de slager en vraag me af of ik moeite heb met ontvangen. Meteen hoor ik mijzelf klagen tegen manlief (en de kinderen krijgen daar ongetwijfeld alles van mee), dat ik wel heel veel (op)geef en er verrekte weinig goud, Douglas-bonnen of romantische uitjes voor terugkrijg. Wat een vervelend onderzoek dit, ik blijk een hebberige, hongerige, tekortkomende vrouw en moeder te zijn die stiekem vindt dat ze recht heeft op van alles. Ik vermoed dat het allemaal met een gevoel van eigenwaarde te maken heeft en dat de oplossing zoals altijd weer eens bij mijzelf ligt. Dit gaat niet over cadeautjes of complimenten ontvangen, dit gaat over aanvaarden. Dit gaat veel verder dan voor jezelf opkomen, dit gaat over jezelf niet afwijzen. Verdorie. Heb ik weer.

Ik graaf verder en probeer de diepte van ontvangen te voelen. Vroeger (en heel af en toe doet hij het nog) maakte mijn vader weleens een kruisteken op mijn voorhoofd en bezegelde dat met een kus. Hij zegde mij het goede toe. Hij zegende mij. Het is een van de mooiste gebaren die ik mij herinner uit mijn jeugd. Temeer omdat wij niet kerkelijk waren, had ik het gevoel iets heiligs te ontvangen. Vrede werd ook mij toegewenst. Tegenwoordig word ik niet zo vaak meer gezegend en wordt je bij elke klacht over het leven aangeraden om je zegeningen tellen. Maar ook dat lijkt mij nobel gedrag dat uit een tekort is geboren. ‘Ik heb eigenlijk niks, ik wijs mezelf af, dus tel ik maar gauw mijn zegeningen, dan lijkt het nog wat’. Nu wil ik echt weten hoe het zit met dat ontvangen.

Ik wil mijzelf het goede toe kunnen zeggen en ik besluit de week af te sluiten met een lange wandeling. Helemaal alleen. Wat een zegen. Terwijl ik een lange beukenlaan afloop wil ik het voelen. Ontvangen.

Kan ik ontvangen?

Ik denk aan de handen van mijn vader, zijn hand die mij zegent. Het voelt een beetje spannend en ik kijk om me heen om er zeker van te zijn dat niemand mij ziet. Dan open ik mijn handen en loop met open handen verder naar de heide. Het voelt een beetje gek om zo met geopende handen te lopen, maar het klopt. De wind gaat door mijn handen heen en ik voel hoe mijn borst zich opent en mijn hart zich vult met ruimte en lucht.

Ik loop verder met open handen.

Die middag ontvang ik een prachtige wandeling.
Die middag ontvang ik diepe tranen.
Die middag ontvang ik een fikse regenbui.
Die middag ontvang ik oude pijn, gevoeligheden en angst.
Die middag ontvang ik vriendschap.
Die middag ontvang ik 24 likes en 8 commentaren.

Die middag heb ik niets en niemand bedankt. Ik heb alles aanvaard en niets afgewezen. Ontvangen is vrij, precies zoals mijn zoon zijn cakeje ontvangt. Bovenaan mijn werkboekje heb ik het woordje ‘marketingstrategie’ doorgestreept. ‘Ontvangstcapaciteit’ staat er nu. Dat ga ik oefenen en wat ik ontdek ga ik delen, want ik weet zeker dat ik niet de enige ben die zich weleens tekort gedaan voelt. Ik wens al mijn lezers het goede toe, maar heus, doe het zelf, open je handen en ontvang. Dat je jezelf niet afwijst en kunt aanvaarden en de vrede ook jou wordt toegewenst. Dát is pas een lekkere marketingboodschap!

Ik wens je een mooi ontvangstritueel toe en als je niet weet hoe, schrijf of bel me dan, dan openen we samen onze handen!

1 september, de knop is om.

Op de eerste dag van september bracht ik de ochtend door met mijn zoontje van twee. Zoals altijd gingen we samen naar de Bakkel (hij kan de ‘R’ niet uitspreken) waar we naast het dagelijks brood dit keer ook taartjes kochten.

‘Wie is jalig?’ vroeg hij.

‘Er niemand jarig, mama’s werk is jarig’.

‘Ooh, mama’s welk is jalig’.

‘Ja’.

Op de eerste dag van september lanceerde ik namelijk de website van mijn onderneming:

www.rituelenbar.nl

En omdat ik voorsta dat je belangrijke momenten in je leven niet aan je voorbij laat gaan heb ik er een feestje van gemaakt.

Mijn jongste dochter begreep dat dit het moment was om alles uit de kast te trekken en trok haar net wat te krap geworden glitterjurk aan. Ze maakte zichzelf op en kleurde ook de oogjes van haar broertje feestelijk blauw en roze. Vol verwachting zaten ze aan tafel in afwachting van wat er ging gebeuren.

Er gebeurde natuurlijk niet veel, buiten dat ik de “under construction” knop omzette naar niet meer onder constructie.

“De hele wereld kan nu mama zien.”

Met die ene handeling leek het alsof mijn hele wereld veranderde. De champagne knalde en hoewel er nog niemand op mijn site had gekeken voelde het alsof ik mijn hele geleefde leven zojuist had gelanceerd.

Mijn oudste dochter riep enthousiast: ‘Mama! Nou heb je eindelijk een baantje’!

Dat bracht me op een fantastisch manier terug op Aarde.

‘Is het feestje nu voorbij?’

‘Ja, liefjes, de taartjes zijn op. Ga maar lekker buiten spelen’.

Mijn feestje begint nu eindelijk, omdat ik met het omzetten van die ene digitale knop mezelf toestemming heb gegeven om het waar te maken.

Om de angst te voelen voor wat de wereld erover zal zeggen, om de angst te voelen over mijn eigen kunnen, om de diepe vreugde te voelen van dromen omzetten in werkelijkheid, om te doen waarvan ik zeker weet dat het nodig is, om alles te voelen wat me jarenlang deed dromen en tegenhouden. Om dat alles te laten zijn en het toch te doen.

Ik ontving fantastische reacties en heb de rest van de middag in een huilende roes doorgebracht.

Stiekem ben ik best wel blij dat het de tweede dag van september is.

Hoewel ik al veel eerder ben begonnen met deze weg te bewandelen, nam ik vandaag als vrij mens en geheel empowered plaats achter mijn bureau.

Ik werk rustig door op mijn nieuw ingeslagen pad.

Een nieuw pad begint nooit van de een op de andere dag. Een nieuw pad zet zich bewust en onbewust in, maar om in de juiste richting te blijven lopen is het mijn ervaring geweest dat je de allerbeste mensen om je heen moet verzamelen. Mensen die je steunen, mensen die je op jouw pad houden en je sterker maken.

Maar bovenal jezelf toestemming geven en een ritueel te maken om jouw weg te bekrachtigen. Wij gaan volgende week weer naar de Bakkel. Voor mijn zoontje ons vaste ritueel, voor mij dagelijks brood op een nieuwe weg.

#persoonlijk empowerment traject #ritueel op maat

Zoals ik ben

En toen kwam de dag dat een meisje van Castelijn Casting (voor de Me-too affaire bekend als Kemna Casting) mij belde en vertelde dat ze op zoek was naar iemand die voor “de jongere versie van Olga Zuiderhoek” kon doorgaan. Ze hadden een foto nodig voor de film “April, May, June”. Het was een belangrijke foto in de film. Tot zover de informatie. Of ik interesse had en of ik op 5 juni beschikbaar was.

Op 5 juni stond een tandartsafspraak gepland voor mijn oudste dochter, maar ik liet het meisje weten dat ik die ongetwijfeld kon verzetten. Dan moest ik nog even oppas regelen voor mijn drie kinderen, zodat ik me op die dag helemaal vrij kon maken voor een fotoshoot. Een hoop geregel voor mij, maar vooruit, zo’n eervolle taak en mij voor even gelijk te mogen voelen aan Olga Zuiderhoek krijg je niet iedere dag. Ik kan het allemaal regelen! Ik zorg dat ik beschikbaar ben.

Ik vroeg aan haar of ze wel in de gaten had dat ik inmiddels over de veertig was en dat de foto’s die Castelijn Casting van mij in het bestand had staan zeer waarschijnlijk een tien jaar jongere versie van mij betroffen. Ze wist het ook allemaal niet zeker en vroeg toch maar om wat recentere castingfoto’s. Die had ik uiteraard niet, want het was 2011 dat ik voor het laatst zelf op het podium had gestaan en mezelf zag als actrice en zangeres, maar het meisje kon prima vooruit met wat spontane selfies.

Gezien Kemna Casting in het verleden nog nooit heeft bijgedragen aan mijn carrière, wist ik zeker dat het me bij Castelijn Casting niet anders zou vergaan. Ik speelde het spel keurig mee en stuurde het meisje wat goed gelukte selfies en voor de zekerheid toch maar een foto van het volledige lichaam. Ik lijk niet op Olga Zuiderhoek en ze zullen zich wel bedenken. Ze zien vanzelf dat ik kledingmaat gewijs ook buiten het actrice bestand val, dus ik was volledig ingesteld op een ‘helaas, we hebben toch voor een andere actrice gekozen’. Niet veel later belt het meisje mij terug en zegt:

‘Ze willen het wel met jou proberen’.

‘Oh’

‘Ja, en de foto wordt dan 5 juni gemaakt op het strand in Bloemendaal tussen 13.00 en 15.00, wanneer er het meeste licht is. In bikini.’

‘Oh’

‘Ik geef jouw gegevens even door aan productie. Mag ik jouw maten weten?’

‘Euh, ja..ik ben niet echt wat je zegt slank hoor. Ik weet niet of ze dat wel zoeken?’

‘Tja’, zegt ze, ‘Will Koopman heeft je foto’s gezien, dus ik neem aan dat ze dat weten. Wat zijn je maten?’

‘Euh…44 en 80 D of E’?

‘Ok’, kwettert ze vrolijk verder, ‘ik geef het door. Meestal betalen ze iets van 350 euro voor zo’n foto. Je hoort nog van productie.’

Ik zeg de tandartsafspraak van mijn dochter op 5 juni af, regel oppas voor de andere twee kinderen, een speeldate voor de oudste en zorg dat ik op 5 juni vrij ben om in Bloemendaal in een bikini op de foto te gaan. Productie neemt inderdaad contact op en wil zondagmiddag langskomen om bikini’s door te passen. De vrouw met de bikini’s komt op deze bloedhete zomermiddag naar mijn huis. Dat is aardig van haar.

Mijn cupmaten blijk ik wat te groot te hebben ingeschat, dus in de bovenstukjes van twee bikini’s lijken mijn borsten nog minder stevig dan in een passende bh. De bikini van Marlies Dekkers zit wel verrassend mooi. De productie mevrouw maakt een foto van mij met haar telefoon. Zwetend sta ik in bikini, terwijl mijn 1-jarige zoon aan mijn putterige, klamme benen hangt. Kind twee duikt koprollend over de bank gaat en mijn oudste dochter springt wild door de kamer met mijn bh voor haar platte borst. Kijk dan mama: ‘borsten borsten’.

Ik weet niets zinvols meer te zeggen, maar de productiedame doet gezellig mee en zegt: ‘Nou nou, wat een dolle boel hier.’

‘Ja, dolle boel ja’.

’Supergezellig’.

Ik pols bij de vrouw of zij weet of een XXL-model wel is wat ze zochten.

‘Tja, we hadden eerst een XS-model’, geeft ze schromend toe, ‘maar die wilde niet in bikini op de foto’.

‘Oh’

‘Ze was net bevallen, vandaar.’

‘Aha’.

Ik kijk naar mijn buik die net wat over het bikini broekje helt en bedenk me dat ik er al acht jaar uitzie alsof ik net bevallen ben. Ik had moeten zeggen dat ik niet op de foto wilde natuurlijk. Ik had er heel veel geld voor moeten vragen.

‘Weet je wat het is met al die actrices van veertig’, zegt ze, terwijl ik het hygiëneplakkertje van het bikinibroekje van mijn bovenbeen probeer af te pulken.

‘Nou’?

‘Ze lijken allemaal te jong.’

‘Oh ja’

Ik ben ook pas net eenenveertig. Ze vraagt of ik de foto’s wil zien die ze heeft gemaakt of juist liever niet. Ik weet zeker dat zij ook niet begrijpt wat ze bij mij in de huiskamer staat te doen, maar ik zeg vrolijk: ‘Ja, tuurlijk , laat maar zien, dan weet ik welke het mooiste staat.’ Ik bekijk de foto’s en kan alleen maar naar mijn benen kijken die meer op scrambled eggs lijken dan op benen. Putten, strepen, dik, het is echt geen mooi gezicht.

‘Dus jij weet ook niet in welke positie ze de foto gaan nemen? Moet ik staan of juist liggen?’

Nee, dat weet de vrouw niet.

‘Ok…Nou…Ze zullen wel weten wat ze doen’, zeg ik verontschuldigend voor mijn lichaam. En om het wat minder erg te maken zeg ik: ‘Het is in ieder geval een lijf dat drie kinderen heeft gekregen! Net als in de film’.

‘Die bikini van Marlies is het mooist’, zeg ik, alsof ik niet zie hoe lelijk ik eruitzie. De productiemevrouw is het met me eens.

‘Ik stuur de foto’s door naar Will Koopmans en dan horen we wel welke het wordt’, laat de de vrouw mij weten.

‘Ok en bedankt voor het komen’, zeg ik vriendelijk alsof er niets aan de hand is en ik niet sterf vanbinnen.

Sinds ik de vraag kreeg of ik dit wilde doen is er geen dag voorbijgegaan waarop ik er niet aan heb gedacht. Waarop ik me niet lelijk, onbekwaam en dik heb gevoeld. En toch doe ik het. Ik schaam me. Ik zie er enorm tegenop en ben bijzonder chagrijnig. Woensdagavond, als dit allemaal voorbij is zal ik wel weer opvrolijken.

In de tussentijd activeer ik mijn Weight Watchers account. Ik lees op het digitale platform het ene afval succesverhaal na het andere en stop van ellende nog een stuk worst in mijn mond. Dát gaat het verschil niet maken voor woensdag, vergoelijk ik mijn eetbui.

Zou ik nog vijf kilo kwijt kunnen raken in drie dagen? Gesterkt door het feit dat ik eerder ben afgevallen, tel ik op maandag keurig al mijn punten. Ik ontbijt met yoghurt, eet omelet als lunch, skip de koolhydraten bij het avondeten en ga daarna keurig naar de pilates-les.

‘s Avonds zit ik op de bank en voel me gestrest. Wat afschuwelijk dat ik me zo voel over mijn lijf en wat is dat gevoel al lang aanwezig in mijn leven. Wat erg dat daar zoveel energie naartoe gaat. Het wondje op mijn neus wil ook al maar niet genezen en ik zie uit het niets een onverklaarbare rode vlek op mijn wang verschijnen. Natuurlijk. Dat kan er ook nog wel bij, een onderhuidse pukkel. Mijn haar voelt droog en piekerig en ik zie nergens dat de pilates zijn directe effect heeft gehad.

Ik eet stiekem vier chocolaatjes van de kinderen op. Daarna hun spekjes. Toch nog 6 crackers met kaas en dan begin ik tegen middernacht aan een nieuwe Netflix serie.

Ineens hoor ik in de verte mijn jongste dochtertje huilen.

‘Mama….’.

‘Mamaaaa’.

Ik sprint de trap af, naar haar kamertje. Ze zit rechtop, huilend in haar bedje.

‘Mama, ik moet plassen’.

‘Oh lieverdje, kom maar. Wat goed dat jij dat zegt’.

Ik help haar met plassen en knuffel haar slaperige, warme, woeste lijfje op weg, terug naar haar bedje. Ik stop haar lekker onder de dekentjes, kus haar welterusten en aai haar fantastisch, klein, sterk lijfje tot ze weer slaapt.

Ik kijk bij mijn oudste dochter, die in haar bed ligt te zweten in een veel te warme pyjama. Ik trek haar te warme kleding uit en stop haar onder haar deken. Dag Snuf, lekker slapen.

Ik kijk bij mijn zoontje en check of hij niet te warm is. Hij ligt diep tevreden te slapen.

Ik twijfel of ik weer zal gaan Netflixen, maar ga toch maar naar bed en laat de gordijnen halfopen, want anders vind ik het eng als ik alleen thuis ben. Ik lees een hoofdstuk uit mijn boek uit en ga terug naar mijn zoontje om zijn raam open te doen.

Ik ga weer in bed liggen en probeer in slaap te vallen. Ik denk aan het advies dat ik kreeg van een vriend om je niet te vergelijken met anderen. Ik denk aan de plus-size model foto’s die ik kreeg toegestuurd van een vriendin om mij te laten zien dat dik of dun ook maar een perceptie is.

Ik denk dat ik zou willen dat ik dun was. Ik denk dat ik zou willen dat ik me niet zo uitgewoond en lelijk en moe en uitgeput voelde.

Ik wenste dat ik mededogen had.

Ik wenste dat ik zo lief kon zijn, mezelf instopte en welterusten wenste.

Ik wenste dat ik goed genoeg was. Ik wens voor mij en mijn dochters en zoon dat ik op die foto ga. Dat al deze vuilnis in mijn gedachten naar buiten komt zodat ik daarmee in het reine kan komen. Zodat ik het aanga. Zodat ik stukje bij beetje meer en meer mezelf ben.

Ik hoop stiekem dat ze me niet retoucheren, maar dat ik in volle glorie, met mijn benen op die foto kom te staan, of nee, dat is niet waar. Ik wens dat ik mezelf niet meer wil retoucheren.

Ik, Danielle Veneman ben de jongere versie van Olga Zuiderhoek.
Ik, Danielle Veneman, in een film van Will Koopman.
Ik, Danielle Veneman, ben goed genoeg.

Goed genoeg.

Precies zoals ik ben.

Moederdag

Gister zag ik uit mijn ooghoek een mailtje voorbijkomen op mijn telefoon van een website die de leukste uitjes voor kinderen op de agenda heeft staan. ‘Verras Mama’, las ik nog net voordat de mail automatisch zijn reis zou vervolgen naar mijn spamfolder. ‘Verras Mama’? Met een uitje voor de kinderen? Ineens begreep ik het. Het is bijna Moederdag. En vanmorgen was het dan zover. Ik mocht uitslapen en werd gewekt met verse koffie. Aangemoedigd door papa kreeg ik kusjes en knuffels en een hoop opgelegde Moederdag liefde. Schattig. Papa weet dat als hij zijn best niet doet, dat mama dan heel teleurgesteld zal zijn. Dat heeft hij eerder meegemaakt. Het is lief om de gespannen snoetjes van onze kinderen te zien en ze hebben echt hun best gedaan om mij te verrassen.

Toch voel ik niet zoveel bij Moederdag. Sterker nog, het onderstreept voor mij vooral de zwakke plek van het hele gebeuren. De op het laatste moment in elkaar geflanste tekeningen en de schuldbewuste Douglas bon lijken ook te willen zeggen wat ik het hele jaar door zo vaak voel: ‘Oh ja, shit, jij bent er ook nog’. Er zijn ongetwijfeld vrouwen die hun levensvervulling hebben gevonden in het moederschap en die dan ook met volle teugen genieten van Moederdag. Waarschijnlijk combineren zij hun rollen vlekkeloos, zonder het gevoel te hebben dat ze gigantisch inleveren. En hoewel ik vaak met verwondering, dankbaarheid en plezier kijk naar de door mijn drie kinderen gevulde eettafel, zie ik vooral dat Moederdag mij verdeelt en ons verdeelt in vrouwen met kinderen, vrouwen zonder kinderen, vrouwen die hun kind verloren hebben, vrouwen die hun kind nooit kregen en vrouwen die geen moeder meer hebben om Moederdag mee te vieren.

Er is geen rol in mijn vrouwenleven die mij meer uit balans heeft gehaald dan de moederrol. Al sinds de dag dat ik mijn eerste kind kreeg vraag ik me regelmatig af wie ik zelf ook alweer ben. Mijn oudste dochter knutselde een boekje voor me. Op de eerste pagina staat: ‘Je kan heel goed zingen’. Ze bedoelt dat ik heel goed kon zingen. Ik was namelijk zangeres en dat beroep oefen ik niet meer uit sinds ik kinderen heb. Zodra ik thuis een liedje opzet en probeer mee te zingen wordt er al dan niet schreeuwend geroepen dat ik niet mag zingen en moet ik liedjes van Nijntje opzetten. Op pagina twee staat: ‘Je kan goed hoepelen’. Ik probeer af en toe te hoepelen in de goddelijke hoop dat ik ooit nog een keer mijn pré-moederlijke lijf terug zal vinden. Op pagina drie staat: ‘Je kan goed koken’. Daar ga ik maar even niets over zeggen. Dan kan ik nog goed knutselen, goed tekenen en goed knuffelen. Van dat laatste weet ik zeker dat ik dat niet genoeg doe omdat ik zo vaak, te vaak, terug in mijn eigen ruimte wil keren. Op de laatste pagina van haar boek laat mijn dochter me weten dat ik heel goed mama kan zijn. Ze vindt me blijkbaar goed genoeg, met al mijn gebreken, chagrijn en onkunde. Haar boekje ontroert me en ik begrijp dat ze mij graag voluit hoort zingen, hoepelen, tekenen, knutselen, koken en knuffelen. Ze wil mij. Helemaal. En terecht.

Dat lukt me, maar ook heel vaak niet. Ik kan nog steeds eindeloos overhoop liggen met mijn rol als moeder. En op Moederdag voel ik dat. Moederdag onderstreept elk uur, elke minuut waarop ik soms wenste dat ik geen moeder was. Waarop ik wenste dat iemand me hielp mijzelf te zien. Ik denk aan een vriendin die dolgraag kinderen had gekregen, maar bij wie dat niet zo mocht zijn. Op vele momenten wordt zij geconfronteerd met haar onvervulde moederschap en ook deze wereldwijd gevierde dag onderstreept maar weer eens wat zij niet is: Moeder. Ik denk dat het niet klopt. Ik denk te weten dat zij moeder is, maar zonder kind als bewijs heb je er niets aan. Zes jaar lang probeerde zij haar lichaam ontvankelijk te maken voor het dragen van een kind. Maand in, maand uit, jaar in, jaar uit heeft zij haar lichaam beweent. Ze heeft een onvoldragen kind begraven en liet uiteindelijk haar diepste wens in stilzwijgen sterven. Ik ken geen moeder die meer heeft gedaan voor haar kinderen dan zij. Ik zou haar willen toezingen, met haar willen hoepelen, knutselen, koken en haar knuffelend willen toefluisteren dat zij de mooiste moeder is die ik ken. Maar ze heeft geen kind. Ze krijgt geen bloemen, Douglas bonnen of slechte knutsels vandaag. Bij haar denken we vandaag ‘oh ja, shit, jij bent er ook nog’, maar vandaag even niet.

Zullen we het omdopen? Deze ongewenste Moederdag? Ik stel voor een jaarlijkse: ‘Oh ja, shit, jij bent er ook nog dag’. De dag waarop we stilstaan bij wat we niet durven te zeggen, maar wel hebben gezien. De dag waarop we excuses maken omdat ik je zag worstelen, maar je niet durfde te steunen. De dag waarop je mag voelen dat je soms geen moeder meer wilt zijn? De dag waarop we tegen onszelf durven te zeggen: ‘Ik zie je en ik hou van je’? Zullen we onze kinderen dan vrijlaten en wanneer het ze uitkomt hun crappy knutsels laten maken voor mama, hun buurvrouw, voor de vriendin van mama, voor oma of voor de liefste tante? Begrijp me goed, er is niets mis met een goed gevulde Douglas bon. Die juist, op zomaar een dag, zoveel meer waard is.

Shit zeg, wie zie jij staan vandaag?