Moederdag

Gister zag ik uit mijn ooghoek een mailtje voorbijkomen op mijn telefoon van een website die de leukste uitjes voor kinderen op de agenda heeft staan. ‘Verras Mama’, las ik nog net voordat de mail automatisch zijn reis zou vervolgen naar mijn spamfolder. ‘Verras Mama’? Met een uitje voor de kinderen? Ineens begreep ik het. Het is bijna Moederdag. En vanmorgen was het dan zover. Ik mocht uitslapen en werd gewekt met verse koffie. Aangemoedigd door papa kreeg ik kusjes en knuffels en een hoop opgelegde Moederdag liefde. Schattig. Papa weet dat als hij zijn best niet doet, dat mama dan heel teleurgesteld zal zijn. Dat heeft hij eerder meegemaakt. Het is lief om de gespannen snoetjes van onze kinderen te zien en ze hebben echt hun best gedaan om mij te verrassen.

Toch voel ik niet zoveel bij Moederdag. Sterker nog, het onderstreept voor mij vooral de zwakke plek van het hele gebeuren. De op het laatste moment in elkaar geflanste tekeningen en de schuldbewuste Douglas bon lijken ook te willen zeggen wat ik het hele jaar door zo vaak voel: ‘Oh ja, shit, jij bent er ook nog’. Er zijn ongetwijfeld vrouwen die hun levensvervulling hebben gevonden in het moederschap en die dan ook met volle teugen genieten van Moederdag. Waarschijnlijk combineren zij hun rollen vlekkeloos, zonder het gevoel te hebben dat ze gigantisch inleveren. En hoewel ik vaak met verwondering, dankbaarheid en plezier kijk naar de door mijn drie kinderen gevulde eettafel, zie ik vooral dat Moederdag mij verdeelt en ons verdeelt in vrouwen met kinderen, vrouwen zonder kinderen, vrouwen die hun kind verloren hebben, vrouwen die hun kind nooit kregen en vrouwen die geen moeder meer hebben om Moederdag mee te vieren.

Er is geen rol in mijn vrouwenleven die mij meer uit balans heeft gehaald dan de moederrol. Al sinds de dag dat ik mijn eerste kind kreeg vraag ik me regelmatig af wie ik zelf ook alweer ben. Mijn oudste dochter knutselde een boekje voor me. Op de eerste pagina staat: ‘Je kan heel goed zingen’. Ze bedoelt dat ik heel goed kon zingen. Ik was namelijk zangeres en dat beroep oefen ik niet meer uit sinds ik kinderen heb. Zodra ik thuis een liedje opzet en probeer mee te zingen wordt er al dan niet schreeuwend geroepen dat ik niet mag zingen en moet ik liedjes van Nijntje opzetten. Op pagina twee staat: ‘Je kan goed hoepelen’. Ik probeer af en toe te hoepelen in de goddelijke hoop dat ik ooit nog een keer mijn pré-moederlijke lijf terug zal vinden. Op pagina drie staat: ‘Je kan goed koken’. Daar ga ik maar even niets over zeggen. Dan kan ik nog goed knutselen, goed tekenen en goed knuffelen. Van dat laatste weet ik zeker dat ik dat niet genoeg doe omdat ik zo vaak, te vaak, terug in mijn eigen ruimte wil keren. Op de laatste pagina van haar boek laat mijn dochter me weten dat ik heel goed mama kan zijn. Ze vindt me blijkbaar goed genoeg, met al mijn gebreken, chagrijn en onkunde. Haar boekje ontroert me en ik begrijp dat ze mij graag voluit hoort zingen, hoepelen, tekenen, knutselen, koken en knuffelen. Ze wil mij. Helemaal. En terecht.

Dat lukt me, maar ook heel vaak niet. Ik kan nog steeds eindeloos overhoop liggen met mijn rol als moeder. En op Moederdag voel ik dat. Moederdag onderstreept elk uur, elke minuut waarop ik soms wenste dat ik geen moeder was. Waarop ik wenste dat iemand me hielp mijzelf te zien. Ik denk aan een vriendin die dolgraag kinderen had gekregen, maar bij wie dat niet zo mocht zijn. Op vele momenten wordt zij geconfronteerd met haar onvervulde moederschap en ook deze wereldwijd gevierde dag onderstreept maar weer eens wat zij niet is: Moeder. Ik denk dat het niet klopt. Ik denk te weten dat zij moeder is, maar zonder kind als bewijs heb je er niets aan. Zes jaar lang probeerde zij haar lichaam ontvankelijk te maken voor het dragen van een kind. Maand in, maand uit, jaar in, jaar uit heeft zij haar lichaam beweent. Ze heeft een onvoldragen kind begraven en liet uiteindelijk haar diepste wens in stilzwijgen sterven. Ik ken geen moeder die meer heeft gedaan voor haar kinderen dan zij. Ik zou haar willen toezingen, met haar willen hoepelen, knutselen, koken en haar knuffelend willen toefluisteren dat zij de mooiste moeder is die ik ken. Maar ze heeft geen kind. Ze krijgt geen bloemen, Douglas bonnen of slechte knutsels vandaag. Bij haar denken we vandaag ‘oh ja, shit, jij bent er ook nog’, maar vandaag even niet.

Zullen we het omdopen? Deze ongewenste Moederdag? Ik stel voor een jaarlijkse: ‘Oh ja, shit, jij bent er ook nog dag’. De dag waarop we stilstaan bij wat we niet durven te zeggen, maar wel hebben gezien. De dag waarop we excuses maken omdat ik je zag worstelen, maar je niet durfde te steunen. De dag waarop je mag voelen dat je soms geen moeder meer wilt zijn? De dag waarop we tegen onszelf durven te zeggen: ‘Ik zie je en ik hou van je’? Zullen we onze kinderen dan vrijlaten en wanneer het ze uitkomt hun crappy knutsels laten maken voor mama, hun buurvrouw, voor de vriendin van mama, voor oma of voor de liefste tante? Begrijp me goed, er is niets mis met een goed gevulde Douglas bon. Die juist, op zomaar een dag, zoveel meer waard is.

Shit zeg, wie zie jij staan vandaag?

1 reactie op “Moederdag”

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *